Home » Ontslag en financiën » WW uitkering

WW uitkering

WW Uitkering

Opzegtermijn & WW-uitkering

Als er in een eventuele CAO niet anders is bepaald, dan geldt de wettelijke opzegtermijn. Deze opzegtermijn is:

  • Bij een dienstverband korter dan 5 jaar: 1 maand opzegtermijn.
  • Bij een dienstverband tussen 5 en 10 jaar: 2 maanden opzegtermijn.
  • Bij een dienstverband tussen 10 en 15 jaar: 3 maanden opzegtermijn.
  • Bij een dienstverband langer dan 15 jaar: 4 maanden opzegtermijn.

Een WW-uitkering gaat normaal gesproken in nadat de opzegtermijn verstreken is. Bij een opzegging na toestemming van het UWV gaat doorgaans een WW-uitkering direct in. Indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt dan moet na de datum van ontbinding rekening gehouden worden met de zogenaamde fictieve opzegtermijn. Deze fictieve opzegtermijn hanteert het UWV en is gelijk aan de opzegtermijn die normaal gesproken door in acht zou moeten worden genomen met aftrek van 1 maand. De fictieve opzegtermijn begint te lopen op de eerste van de maand volgende op de maand waarin de kantonrechter zijn beschikking heeft afgegeven met een minimum van 1 maand. In het geval dat geen ontslagvergoeding is toegekend, bijvoorbeeld omdat sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden, kan de WW-uitkering eerder ingaan.

Duur van een WW-uitkering

De duur van een WW-uitkering is ten minste 3 maanden en ten hoogste 38 maanden (3 jaar en 2 maanden, afhankelijk van de duur van het arbeidsverleden. Er geldt een “wekeneis” hetgeen inhoudt dat van de voorgaande 36 weken 26 gewerkt dienen te zijn. Wordt aan deze wekeneis voldaan dan volgt in ieder geval een basisuitkering van 3 maanden. Voor de vervolguitkering is van belang het aantal kalenderjaren dat gewerkt is. Een kalenderjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Indien de laatste 5 kalenderjaren voor werkloosheid ten minste 4 kalenderjaren een arbeidsovereenkomst heeft bestaan kent het UWV deze uitkering toe (de zogenaamde “jareneis”). Bovendien moet in elk van die 4 kalenderjaren minimaal 52 dagen loon ontvangen zijn.

Voor het arbeidsverleden tellen soms ook (delen van) jaren mee waarin: onbetaald verlof is opgenomen; voor jonge kinderen is gezorgd; in geval van mantelzorg; bij een volledige WIA- of WAO-uitkering; werk in het buitenland.

Het arbeidsverleden voor de WW wordt berekend met 2 periodes: het feitelijke en fictieve arbeidsverleden. De optelsom van die periodes is het totale arbeidsverleden. Voor ieder jaar arbeidsverleden heeft ontstaat een recht op 1 maand WW-uitkering. Het ‘feitelijke arbeidsverleden’ bestaat uit de jaren vanaf 1998 waarin ten minste 52 dagen een loondienstverband heeft bestaan. Het jaar waarin men werkloos wordt, telt niet mee. Het feitelijk arbeidsverleden wordt als volgt berekend: (het jaar van werkloosheid) – 1998 = het feitelijk arbeidsverleden Het ‘fictieve arbeidsverleden’ bestaat uit de jaren vanaf het jaar dat de 18-jarige leeftijd werd bereikt tot aan 1998. Het maakt daarbij niet uit of in die periode een dienstverband heeft bestaan. Het fictieve arbeidsverleden wordt als volgt berekend: 1998 – (geboortejaar) – 18 = uw fictief arbeidsverleden Het duur van de WW-uitkering wordt als volgt berekend: Het feitelijke arbeidsverleden (in jaren) + fictieve arbeidsverleden (in jaren) = de duur van de uitkering (in maanden)

Hoogte van een WW-uitkering

De eerste 2 maanden van de WW-uitkering bedraagt 75% van het dagloon, de derde maand 70%. De hoogte van het vervolg van de uitkering is eveneens 70% van het dagloon. Het dagloon wordt gebaseerd op het laatst verdiende loon. Het dagloon is nooit meer dan het wettelijk maximumdagloon. Voor de berekening van het dagloon telt het loon waarover premies sociale verzekeringen betaald zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>