De kantonrechter Tilburg oordeelde 23 maart 2011 over terugbetaling van studiekosten bij het staken van de studie. De werknemer is van 1 juli 1996 tot medio 2010 bij de werkgever in dienst geweest. In mei 2010 hebben partijen een ‘overeenkomst inzake studiekostenvergoeding’ gesloten. De werknemer is een Master opleiding gaan volgen voor een bedrag van € 7.750. Bepaald is dat, als de werknemer tussentijds stopt met de opleiding, hij het volledige bedrag teug moet betalen, tenzij de werkgever vindt dat het doorgaan met de studie redelijkerwijs niet van de werknemer gevraagd kon worden. De verplichting tot terugbetaling geldt ook als de werknemer het dienstverband tijdens of binnen twee jaar na de opleiding opzegt. De werknemer heeft ongeveer 75% van de opleiding afgerond en is daarna gestopt. Hij heeft toen ook ontslag genomen. De werkgever vordert nu terugbetaling van de studiekosten. De kantonrechter neemt de studieovereenkomst als uitgangspunt. Het is volgens de rechter niet zo dat voortzetting van de studie niet van de werknemer gevraagd kon worden. De werknemer geeft aan dat hij kampt met burn-out klachten, maar er is niet vast komen te staan dat hij deze klachten had op het moment dat hij met de studie stopte en ook niet dat hij deze aan de werkgever kenbaar heeft gemaakt. De werknemer was een dag minder gaan werken vanwege de studie. De werknemer dient de kosten van de studie terug te betalen. Dit is niet het geval als de redelijkheid en billijkheid en het goed werkgeverschap dit in de weg staan. De kantonrechter verwerpt het verweer van de werknemer dat het feit dat de studieovereenkomst geen glijdende schaal bevat en dat hij daarom niet terug zou hoeven te betalen. Het ontbreken van een glijdende schaal is wel relevant in die zin dat de werkgever baat heeft gehad bij de kennis en vaardigheden die de werkgever door de studie heeft opgedaan. Daarom mag de werkgever tweederde van de kosten terugvorderen.