Home » kennelijk onredelijk ontslag » De Hoge Raad oordeelt over een kennelijk onredelijk ontslag

De Hoge Raad oordeelt over een kennelijk onredelijk ontslag

De Hoge Raad oordeelt op 8 april 2011 over een kennelijk onredelijk ontslag. De werknemer kan geen bedrijfsauto meer besturen als gevolg van een hartinfarct. De werknemer is weer aan de slag gegaan op arbeidstherapeutische basis. De auto werd bestuurd door een leerling-monteur die met hem meeging. De werkgeefster heeft toestemming gekregen van het CWI om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond dat de werknemer zijn functie niet meer kon uitoefenen en ander passend werk niet mogelijk was gebleken. De werknemer heeft herstel van dienstbetrekking althans een schadevergoeding gevorderd op grond dat de opzegging kennelijk onredelijk was. Het ontslag zou volgens hem zijn gegeven onder opgave van een voorgewende of valse reden, althans de gevolgen van het ontslag zouden voor hem te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgeefster. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Het hof heeft over de gevolgen voor hem geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is. In cassatie wordt geklaagd over dat het hof ten onrechte omstandigheden bij haar oordeel heeft betrokken die gelegen zijn na de ontslagdatum, terwijl die omstandigheden geen aanleiding geven voor wat er op de ontslagdatum voorzienbaar was. Volgens de Hoge Raad moet bij de beantwoording van de vraag of de gevolgen van het ontslag voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij beëindiging van de dienstbetrekking, geoordeeld worden naar de omstandigheden zoals deze zich later dan het tijdstip van ingang van het ontslag voordeden. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de voor hem getroffen voorzieningen en bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden. Als wordt geoordeeld dat de gevolgen van het ontslag te ernstig waren, moeten ook bij de bepaling van het bedrag aan schadevergoeding, de na het einde van de dienstbetrekking intredende omstandigheden buiten beschouwing worden gelaten, tenzij daaruit aanwijzingen zijn te halen voor hetgeen uiterlijk op het tijdstip van ingang van het ontslag kon worden verwacht met betrekking tot de gevolgen van het ontslag voor de werknemer.

Nr. 09/03853, LJN BP4804, JAR aflevering 7 – 14 mei 2011.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>